VVVG vzw
Carnotstraat 47/1
2060 Antwerpen
03-233 50 72
info@vvvg.be

Provincie Limburg

Geschiedenis en ontstaan van het zangfeest....

Vóór de jongste wereldoorlog en in 1960-1968 trokken zangfeesten in Limburg massa’s laaiend enthousiaste Vlamingen. VVVG-Limburg poogt terug aan te knopen met het roemrijk zangverleden van onze voorouders. Niet alleen uit nostalgie, gewoon omdat enkele wit-zwarte noten zovele éénduidige harten vrij en blij maken.  En wiegende armen weer in mekaar doen haken. Maar ook uit het volle besef dat wij de morele plicht hebben onze eigen typische liedcultuur in stand te houden. Eenvoudig door zelf weer te zingen en te leren zingen. Wat waren wij blij als moeder zong.   

Hij duldde geen vreemden tot meesters in ’t land

In liedren klonk zijn hart

Het onblusbare vuur, de strijd op leven en dood van de vulkaan van Peter Benoit voor een klinkend eerherstel van de verguisde moedertaal en voor de erkenning van het éérste “Vlaams” muziekconservatorium (1898), vindt in de bedding die Concience, Van Duyse, het Willemfonds, Rodenbach, het Davidsfonds, het Algemeen Nederlands Verbond hadden gegraven, zijn onstuitbare weg en zette tussen de zee en de Maas van velen “de boezem in brand.”

Aldus opent een bevlogen Leo van Esser, befaamds Genks koordirigent,  in 1985 zijn publicatie over 25 jaar A.N.Z.-Limburg (1960-1985). Waarvan wij hierna een korte impressie pogen te geven.

Ook in Limburg

Het bloed kruipt waar het niet gaan kan. Want in Hasselt met zijn verfranst verenigingsleven stonden in 1873, 1876 en 1877 Vlaamse melodieën op het ronduit Franstalig repertoire. 

In 1888 werd in het “Comiteit ter Bevordering van den Nederlandschen Zang” begonnen met de voorbereiding van de uitgave van een “Nederlandsch Liederboek”.  In dat comité had naast vele componisten ook Theodoor Sevens uit Kinrooi zitting.

 Rond de eeuwwisseling is die gloed van Benoit ook in Valmeer, Dilsen en Peer na te wijzen.  In 1928 bij de opening van het Hendrik van Veldekemomument te Hasselt componeerde Arthur Meulemans de  Van Veldekecantate.

 

Al is het “Limburgs Volkslied” een cadeau van de Hollanders Henri Tijssen (Roermond) en G. Krekelberg (Neeritter vlak bij K essenich), toch overspoelde vanaf 1899 de liederenbundel “De Vlaamsche Zanger”, zonder enige steun van kerk, onderwijs of staat samengesteld door priester Martinus Coune, onze gewesten.

In Tongeren en Hasselt schreven Jaminé en Hamoir processieliederen en cantaten. Pastoor Cuppens van Beringeren haalde Lodewijk de Vocht in huis voor het op noten zetten van een Geestelijke Jaarkrans. Hij leverde hem ook de tekst van het sedert 1909 stand houdend “Liefde gaf U duizend namen”.

Uitgerekend in datzelfde jaar flitste “Groeninge” van Jef van Hoof als een steekvlam op. Pastoor Coune bracht ook nog een “Godvruchtige Zange” op de gretige zangersmarkt, met de keuze tussen uitgaven in notenschrift of cijfermuziek.

In Maaseik componeerde Alfons Simons (Blinde Fons)gelegenheidscantaten, toneelmuziek en koren bij Passiebloemen van Hilarion Thans.

In Sint-Truiden leidt Robert Mouling, directeur van de Stedelijke Muziekacademie, massale uitvoeringen van Gloria Floris (1917) van August de Boeck, “De Waereld in” (1919) van Peter Benoit en de Rubenscantate (1922).

Vergeten wij Emiel Hullebroeck niet die honderden en honderden liederavonden zingt in dorpen en steden.

Vergeten wij vooral niet de Hoeseltse Lambrecht Lambrechts, die Hullebroeck en omzeggens alle Vlaamse componisten liederteksten leverde, die nog in de volksmond levend oud liedgoed optekende, die samen met Hullebroeck de uitgever, hoofdopsteller was van het eerste Nederlandstalig muziektijdschrift “Muziekwarande” (1922) in Vlaanderen en medeoprichter van de auterursrechtenvereniging en die zelf, begeleid door zijn echtgenote, op honderden zangavonden liederen zong en aanleerde.

Muziekscholen in Limburg? Hoogstens in Hasselt en Sint-Truiden! Terwijl in de Ambiorix-stad, meer dan 2000 jaar oud, de prestigieuze Basilicaconcerten van het Festival van Vlaanderen reeds traditie waren, toen daar een officiële muziekschool werd ingericht…

Waar haalden de twee- tot driehonderd fanfare- en harmonieorkesten dan hun mosterd? In het Maasland was het water in de Maas niet zo diep.  Maar elders? Uitzonderingen waren de oud-studenten van de conservatoria van Liège of Bruxelles. 

 

Arthur Meulemans (1884-1966): een vooroorlogse kerncentrale 1910-1930 

Deze uit Aarschot naar Tongeren overgekomen hoogbegaafde musicus heeft in het verwaarloosde Limburg een ware “culturele revolutie” teweeggebracht.

 De samenwerking tussen Aloïs Desmet , kanunnik Broux en Mgr. Rutten, bisschop van Luik, leidde in 1916 in Hasselt tot de oprichting van een orgelschool.  Maar reeds in 1917 werd te Hasselt een zangkoor opgericht. De directeur van oornoemde orgelschool componeerde voor het gouden priesterjubileum van Mgr. Rutten een vijf-stemmig “Oremus po Antisitite” .  De uitvoerig had plaats op 29 april 1917 en die datum mag doorgaan als de stichtingsdag van de zangschool, want van toen af werd er regelmatig gezongen met en flinke groep mensen uit allerlei hoeken van Limburg.

In de orgelschool werd ook zangonderricht gegeven door juffrouw Laura Haenecour (dames) en R. Wittevrongel (heren). De samenzang onder Meulemans zelf.

 Jaar na jaar groeit het aantal medewerkers en kunnen grotere werken worden uitgevoerd. In 1937 schrijft  Jef Peeters, voorzitter van de Limbugse Koren in Het Belang van Limburg, dat Meulemans hen niet direct wilde vertrouwd maken met zijn nieuwe opvattingen. “Hij kende ons beter dan wij zelf en wist ons van het bekende naar het onbekende te brengen. Hij verleidde ons niet alleen tot Oude Vlaamse liederen, maar ook tot het uitvoeren van werken van klassieke componisten, zoals Mendelssohn, Haydn, Bach, Peter Benoit, Schuman en Tinel.

 

In 1917 volgde Arthur Meulemans de zieke Alfons Moortgat op als inspecteur van het middelbaar muziekonderwijs. Pas na advies van de dekens van Hasselt en Tongeren, van Mgr. Rutten en sommige burgerlijke autoriteiten had hij zijn kandidatuur gesteld. Het zou hem echter na de oorlog zwaar worden aangerekend. Hij werd 13 jaar lang uit zijn ambt en alle officiële betrekkingen  ontzet. Lang zou de vereenzaming niet duren. Want na de benoeming van zijn vrouw tot hoofdonderwijzeres in de school van het begijnhof, verhuisde hij naar Hasselt.  Meer en meer komt hij in contact met koren en het volk. Hij wordt dirigent van verschillende koren en van de harmonie van Zussen. Kortom hij zorgde voor de muzikale opvoeding van de eenvoudige dorpsjongens. En vanaf 1922 tot 1932 verzorgde hij doorheen heel Limburg verschillende belangrijke drukbijgewoonde concerten.

 

Mgr. M.H Rutten, eerste Vlaamse bisschop van Luik 1902-1927

“Wanneer ik op mijn ziekbed lag uitgestrekt en de dood zag naderen, heb ik heel even mijn priesterlijk en bisschoppelijke loopbaan eens goed overpeinsd. Ik heb menige zaak gezien in mijn leven, die ik anders had gewenscht, maar er is er een waarover ik mij niet heb berouwd: het is mijne houding op het stuk van Vlaamsch en mijn vooruittreden in de Vlaamsche beweging. Ik heb in die uren mijn laatste wenschen neergeschreven  voor mijn Vlaamsche volk en ze overhandigd aan een mijner vrienden. Zij zullen nu niet worden uitgegeven, doch ik dank God dat Hij mij de genezing weergaf om aan de verwezenlijking ervan mijne laatste krachten te kunnen besteden.” (De Standaard 30.6.20).

 

Na  de “Meulemans-tijd”  -  1910-1930

Na Meulemans bleven de profane koren verweesd achter. Van de grote realisaties bleef alleen de herinnering. Want de stuurlui hadden noch het gehalte, noch de bekwaamheid van de grote vlootvoogd, noch de organisatorische “flair”.

 De orgelschool werkte gezapig verder en leverde enkele goede organisten, zoals Deferme-Wieërs-Vanvinckenroye.  Maar ‘ter ere Gods’ alleen konden zij niet leven. Daaromm probeerden zij van alle hout pijlen te maken in fanfares, pianostemmen, het ouden a een winkeltje, enz.

Het Lemmensinstituut produceerde al eens een Limburgs laureaat die in Ierland een beter bestaan kon opbouwen (Segers – Kinrooi).

Jan Brouns richtte in Eisden een eigen profaan koor op. En E. Loos (Sin-Truiden componerde religieuze werken voor het eigen koor. Josée Vigneron-Ramakers bestuurde de Muziekschool te Eisden, René Peeters maakte naam als orgelvirtuoos. Enkele Meulemanskoren bleven actief in Tongeren met Jules Papy. In Hasselt met Elmar Cuppens en voorzitter Jef Peeters, die ook voorzitter was van”De Limburgse Koren”. Van dit koor ging (onder leiding van Albert Vanvinckenroye , die voor de gemobiliseerde Cuppens insprong) de laatste voorstelling door op 9 mei 1940.

Het in 1945 uit Priester  Paesmans’ Caritaskoor geschapen a capellakoor nam de draad weer op.

 

Jef van Hoof

Op 3 september 1933, twee maanden na het eerste Nationale Zangfeest te Antwerpen geleid te hebben, komt Jef van Hoof met zijn koor “Kunst En Vermaak” naar Limburg om te Maaseik en te Kessenich samen met het Maaseiker a capellakoor (dirigent Joz Hendrikx) en de fanfare “Vriendenkring” van Kessenich (adviseur Theo Brouns) een groots zangfeest op te zetten. Het werd een “zang”-festijn dat een lange en brede nawerkende golf tot stand bracht. Alzo werd in Aldeneik een klein mannenkoor opgericht dat voor en tussen de opvoering van het toen gebruikelijke toneelavondschema  merkwaardige Vlaamse koorwerken presenteerde. In 1938 werd in Hasselt, vol heimwee naar betere tijden, de “Landdag van de V.T.B.” georganiseerd.  Het Limburgs gouwbestuur bestond in 1938 uit: Theo Brouns, voorzitter, Havermarkt 29 Hasselt. Ondervoorzitter Joz Hendrikx, geneesheer Maaseik. Secretaris R. Chantrain, onderwijzer en V.T.B.-afgevaardigde.

Vanaf 1937 en ook tijdens de oorlog vonden er provinciale zangfeesten plaats, Zo o.m. het vierde op 13 mei 1940 te Genk. Met koren uit Aldeneik, Bilzen, Eisden, Genk en Hasselt. Ze zongen samen onder leiding van Eisdenaar Jan Brouns.  In 1943 optredens in Bokrijk van een koor uit Eisden (Jan Brouns), uit Genk (Marrcel Oger) en Lommel (L. De Keersmaeker). Aan het klavier Krist Verstegen. Voorzegger Jef Grosemans. Voorzegster Gaby Becks. Tekstdichter Jef Melis.

In 1943 werd in Genk door burgemeester Jef Olaerts de muziekschool opgericht.

 

Het koorleven na 1944

Het Maaseiker a capellekoor met de vrijgelaten Dr. Joz Hendrix deed voort; in 1945 ontstond uit het Caritaskoor van priester Paesmans het Hasselt a capellekoor onder voorzitterschap van Jef Peeters en onder leiding van Jan Rouwet. In Tongeren bracht Albert Vandeborn in 1949 een massakoor op de been, waaruit in 1953 onder leiding van Ton Vanderul het Tongers Gemengd Koor ontstond. In Herk-de-Stad ontstond in 1952 onder impuls van pastoor-deken Gaston Vanherck het Herker Gemengd Koor onder leiding van Jules Witters. In 1953 werd te Genk het a capellekoor “Schoonheid” door Leo van Esser opgericht. In 1955 werd te Heusden het  Gemengd Koor Sint-Ceclia opgeriht en geleid door Gerard Roosen. Stilaan ontsproten in Limburg meerdere koren. De Heivinken met broeder Majoor en later Broeder Arnold. In het St.-Jozefscollege werkten aanvankelijk de priesters Paesmans en Valeer Verscheld met een Hasselts Knapenkoor, dat later onder Leo van Nevel en Paul Schollaert onder de naam van “Savio-Zangers” furore maakte.  De Provinciale Muziektornooien die vanaf 1949 tweejaarlijks georganiseerd werden kreeg heel wat kritiek omdat het een soort “het beter doen dan anderen” promootte.. Maar het koorleven leefde zijn eigen leven. Onder leiding van Dr. Hendrix ontstond het “Maas- en Kempenkoor’. En in 1954 vond een sucesvolle Meulemanshulde plaats.

 

Limburg wordt de zingende gouw van Vlaanderen

 Het Belang van Limburg geeft zijn steun

Die steun bestond uit een 32 blz. tellende liedbundel op krantenpapier. Ook was er de N.I.R.-reeks “Ik ken en lied” met Jan van Bouwel. En er was Willem De Meyer, die met zijn trekharmonika op alle podia in Limburg zong en deed zingen. Belangrijk op zanggebied waren ook de “Kultuurdagen” van de B.J.B., die hun koorzangen lieten beoordelen door o.a. Jan Rouwet, Leo van Esser, Leo van Nevel en Juliaan Wilmots. In Neerpelt werden in 1953 door de Davidsfondsafdeling (J. Coninx) de grondslagen gelegd voor het “Internationaal Muziekfestival voor de Jeugd”. En zo komen we stap voor stap bij het A.N.Z.-Limburg.

 

Gaston Feremans

1955-1956 zetten  de toenmalige Limburgse koren met het fonkelnieuwe oratorio “Laudes Valentine”, in opdracht van de Paters Minderbroeders gecomponeerd door Gaston Feremans ter ere van “het Heilig Paterke”,  artistiek-ontvankelijk Limburg in vuur en vlam. Het werd voor bomvolle zalen uitgevoerd in Tongeren, Hasselt, Sint-Truiden, Genk en Maastricht.

Eind jaren vijftig verzorgden enkele samenwerkende koren nog sucesvolle optredens: “den lustlycken Mey’ in 956 te Haselt, Genk en Bilzen. In 1957 werd door gans Limburg “Missa Chromatica” onder leiding van Joz Hendrikx opgvoerd. Eind 1958 lancerde Genk de “Drie-koren-avond”. En drie koren verzorgden een kerstconcert “In Dulci  Jubilo” in Diepenbek, Genk en Hasselt.

 

het eerste Limburgs Zangfeest

Op 22 mei 1960 organiseert de gouw Limburg als laatste in de rij in zaal Rex te Waterschei het eerste Limburgs zangfeest.  Als dirigenten fungeerden Gaston Feremans, Armand Peud’homme, Willem de Meyer en Leo van Esser. Met koren uit Genk, Lommel, Waterschei en Maaseik. En optredens van de harmonies van Mechelen-aan-de-Maas, Bree en Eigenbilzen. Het werd, volgens het Nieuwsblad, een loffelijk, tevens gedurfd initiatief om terug aan te knopen bij en glansrijke traditie, want vóór de jongste wereldoorlog was het zangfeest in Limburg een der hoogtepunten van het Vlaams-kulturele leven. “Hoogstaand en kunstvol.” (Het Belang van Limburg). “Er was vooral een zinderende geestdrift.” (Het Volk).

 

In feite was het A.N.Z.-Limburg een éénmansbedrijf : Leo van Esser (Genk)

 

Juliaan Wilmots

 En dan kwam hij na het eerste zangfeest een hoogbegaafd en veelzijdig “Laureaat van het Lemmensinstituut” tegen: Juliaan Wilmots. In 1959 werd hij dirigent van het Herker Gemengd Koor, waar hij tevens organist was. Ook werd hij directeur van de kantonnale muziekschool, waarmee hij en half jaar later een gouden medaille won. Zijn “Missa Festiva” werd in 1962 o.a. voor de radio uitgevoerd.  In 1963 werd hij koordirigent in Tongeren. Het repertoire van de door Wilmots geleide koren wijst op de grote ommezwaai die door de intrede van een beroepsmusicus in Limburg teweeg werd gebracht. Vanaf 1963 verscheen Wilmots op het dirigeergestoelte van het  A.N.Z. in Antwerpen. En verder op de Ijzerbedevaarten, de 11-juli-vieringen… Intussen was hij directeur van de muziekschool van Sint-Truiden geworden. In 1976 richt hij zijn muzikaal ensemble ‘Henric van Veldeke’ op, waarmee hij merkwaardige Europese concertreizen maakt. Kortom Juliaan Wilmots was voor Limburg een tweede Arthur Meulemans.

 

De reeks Limburgse zangfeesten die op gang gezet werden in 1960 duurde tot 1968. Telkens in Genk, behalve n 1962 in Bree en in 1963 te Beringen.

Medewerkende koren waren Saviokoor Hasselt, Schoonheid Genk, Herker Gemengd Koor, Ceciliakoor Heusden, koorgroep Genk en Basilicakoor Tongeren.

Dirigenten Willem de Meyer, Lode Dieltiens, Leo van Esser, Leo van Nevel, Juliaan Wilmots, Gerard Roosen, Armand Preud’homme, Jan Brouns, Guido Haazen, Martinus Wieërs en Josée Standaert.

Sprekers Pater Vande Walle, Paul Daels en meermaals Jozef van Overstraeten.

 

Het provinciaal zangfeest van 1968, het veertiende in de rij sedert 1937, was ook het laatste. Ondanks kwaliteitsverbeteringen, tijdsaanpassingen en zorg voor attractieve afwisseling liep de

mankracht en door het aanbod van verleidelijke socio-cultule nieuwigheden (brood en spelen).

Geschreven door Nadia De Peuter op 18/09/2008 11:35:48